HAARLEMMEROLIE FLESJES
De meeste van u zullen ze wel kennen: de slanke, blanke flesjes van zo’n 9 cm hoog waarin
Haarlemmerolie werd geleverd. Bij opgravingen op vuilnishopen van rond 1900 worden ze vaak
gevonden en ook op verzamelaarsbeurzen en rommelmarkten worden ze regelmatig aangeboden.
De flesjes zijn vrij stevig en hebben daardoor een grotere kans om te overleven.
Wat is Haarlemmerolie?
Haarlemmerolie is een mengsel van terpentijn en gezwavelde lijnolie waaraan, zeker in vroegere
tijden, een grote geneeskrachtige werking werd toegeschreven. De uitvinding van Haarlemmerolie
staat op naam van de schoolmeester Nicolaas Tilly die uit Haarlem afkomstig was. In het jaar 1696
begon hij het door hem ontwikkelde medicament binnen Haarlem te verkopen en binnen korte tijd
genoot het middel een grote bekendheid en werd het naar een groot aantal landen uitgevoerd.
Het middel had dan ook een genezende werking op een indrukwekkende lijst van lichamelijke klachten:
“het medicamentum Gratia Probatum geneest de benaauwde Band, die men heeft op of om de maag,
verstuiking in de Handen en Voeten, pijn in de Lenden, geronne Bloed en blaauwe Plekken, en alle die
door zwaar Graveel Waterlek gaan, allerlei Koorts, velerlei Maag-, Long- en Lever Quaal; benauwde
Borst en Hoest; inwendige Quetzing en Verzwering; Opsteiging der Moer, en de Mizerien, die
daardoor ontstaan, en bevorderd de Stonden, pijnlijk Wateren en Stoelgang; verbeterd alle
Radicale Vochten, en geeft het Aanzicht een gezonde Couleur, drijft Scheurbuik en Waterzucht uit;
Engelsche Ziekte, Rijfkoek en Wormen. Al dit bovenstaande wordt genezen met 15 Droppelen om
den anderen dag ingenomen, en Kinderen zoo veel Droppelen als zij jaren oud zijn”.
Met zo’n indrukwekkende staat van dienst is het niet te verwonderen dat Haarlemmerolie als
een wondermiddel werd aangeprezen.
Concurrentie
De inkomsten uit de verkopen van Haarlemmerolie brachten Claes Tilly en zijn nakomelingen een
aanzienlijke status en het is bekend dat één van zijn nazaten in 1765 is benoemd tot regent in het
bestuur van het Hofje van Bakenes aan de Wijde Appelaarsteeg te Haarlem.
Door het succes van het middel zijn er anderen geweest die ook graag een stukje van de koek wilden
hebben en die met een soortgelijk medicament op de markt kwamen. De firma C. de Koning Tilly
heeft vele processen gevoerd tegen ondernemers die eveneens met een Haarlemmerolie op
de markt kwamen en hieraan de naam “Haarlem” of “Tilly” verbonden.
De flesjes
De flesjes waarin Haarlemmerolie aan het eind van de 19e en in het begin van de 20e eeuw werd
geleverd zijn meestal van blank, dik glas. De flesjes zijn langwerpig, ca 9 cm lang en hebben een
inhoud van 10g. Vele dragen een behakking met de naam Claes Tilly, Wed. Claas Tilly of
C. de Koning Tilly. Ook vindt men wel flesjes van de concurrenten, zoals G. de Koning Tilly,
Gebr. Waaning Tilly, Marseille Tilly en Jan Boogaard. In mijn verzameling, die uit dertig verschillende
flesjes bestaat, bevindt zich één exemplaar dat in groen glas is uitgevoerd.
Oorspronkelijk was ieder flesje van een etiket voorzien, werd ieder flesje afzonderlijk in
een klein kartonnen doosje verpakt en werden 12 van deze doosjes in een groter doosje aan het
publiek aangeboden.
Belastingperikelen
Haarlemmerolie wordt nog steeds verkocht en in een artikel in de Staatscourant van
16 augustus 1994 wordt beschreven dat het bedrijf met de Belastingdienst in dispuut was over
de hoogte van het toe te passen b.t.w.-tarief. De huidige producenten wilden het middel
gekwalificeerd zien als een voedingssupplement met een probate werking voor allerhande
kwalen en lichamelijke ongemakken. Hiervoor zou dan het lage b.t.w.-tarief van 6% van
toepassing zijn. Volgens de Belastingdienst behoren wondermiddelen evenwel niet tot
de voedingssupplementen. Om dat argument aan te vullen, is de geheime samenstelling ontrafeld
in het laboratorium van de Belastingdienst te Amsterdam. Daarbij bleek het huismiddel voor
60% te bestaan uit etherische oliën waarop het normale b.t.w.-tarief van 17,5% van toepassing is.
Het artikel eindigt met de opmerking dat “het door de eeuwen heen aangeprezen middel tegen
hoge bloeddruk faalt als het gaat om het benedenwaarts beïnvloeden van de b.t.w.-druk”.
Klaas Prins.
Bronnen:
foldermateriaal firma C. de Koning Tilly,
artikel in Antiek van J.R. ter Molen,
Staatscourant nr 155 van 16 aug. 1994.