
DE FLESSEN VAN ERVEN LUCAS BOLS -door Peter Vermeulen-
Inleiding
Bols is tijdenlang een typische likeurfabrikant geweest. Men produceerde
vooral voor de gegoede Amsterdamse burgerij. Eerst tegen 1780 werd met de
fabricage van een "Jan Hagel" drank als jenever begonnen.
In 1820 publiceerde Bols een prijslijst met zo'n 300 verschillende likeuren,
bitters, elixers en jenevers.
Sommige werden nooit geproduceerd, maar de nevenbedoeling was de grote
concurrent "Wynand Fockink" te overtreffen, die slechts "twee honderd" soorten
op zijn prijslijst had staan!
Men onderscheidde 5 categoriën sterke dranken:
1. "Exquise likeuren" zoals
Anisette, Crême d'Oranges, Fines de Portugal, Parfait d'Amour, Roosje zonder
doornen, White Curaçao.
2. "Dubbel fijne Likeuren" zoals
Dubbele Pommeranz, Crême Virginal, Domini Alberti, Eau de ma Tante, Hoe langer
hoe lekkerder, Kwartier voor vijven, Willem I.
3. "Beste of Rijnsche Likeuren" zoals Boezem Water, Kraam Water, Koliek Water,
Rijnlandsche Maag Bitters.
4. "Scheeps Likeuren" zoals Witte Schilletje, Goud Water.
5. "Gewone Likeuren" zoals "Kraam Anijs", "Kruinagel Waters" en helemaal op de
allerlaatste plaats: .....Jenever.
Onze volksdrank nr. 1 stond dus duidelijk onderaan in het Bols concept.
KRUIKEN
Tot 1850 gebruikte Bols geen
"eigen" flessen of kruiken voor het bottelen van haar dranken.
Plaatselijke klanten namen hun eigen fles of meestal een Duitse
mineraalwaterkruik mee naar de distilleerderij.
Voor verkopen buiten Amsterdam werden lege (merkloze) kruiken opgekocht van
rondtrekkende Duitse handelaren.
Een klein etiketje werd op de kruik geplakt om de inhoud aan te duiden; b.v. "Fabriek
't Lootsje Koliekwater".
Tegen het midden van de 19e eeuw werden overal in Nederland
waterleidingmaatschappijen opgericht.
Zulks veroorzaakte een ernstige stagnatie in de verkoop van Duitse
mineraalwaterkruiken. Het loonde toen ook niet meer voor de Duitse
handelslieden met lege kruiken rond te gaan.
Vanaf 1854 bestelde Bols zijn kruiken rechtstreeks bij een Duits bedrijf. Tot
op de dag van vandaag worden noch steeds kruiken bij diezelfde pottenbakkerij
besteld!
De Bols kruiken werden zo bekend in de wereld, dat soms (b.v. in Australië)
iedere stenen jeneverkruik een "Bols" genoemd werd (het "maggi-effect"), ook
als er zich jenever van een ander merk in bevond.
De kruiken bevatten toentertijd 1.21lt (= 1 mingel), 1lt, 0.85lt, 0.60lt and
0.50lt.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog stagneerde uiteraard de import van Duitse
kruiken.
Na afloop van deze oorlog had Bols uiteraard op korte termijn een zeer grote
hoeveelheid kruiken nodig.
De Duitse leverancier kon wel leveren. maar .... zonder het relatief
tijdrovende, dure oor.
Sinds 1879 was de productie van jeneverkruiken geautomatiseerd, alleen het
aanzetten van het oor was nog handwerk en dus duur. Toen bleek dat de afzet
daar niet onder leed besloot Bols het oor voortaan maar helemaal weg te laten.
Alleen de mini reclame en monsterkruikjes hebben hun oor nog decennia langer
behouden.
Uit het bovenstaande kunnen we t.a.v. de standaardkruiken de volgende
conclusies trekken:
1.
Handvervaardigde kruiken, waarin de naam van "Bols" is aangebracht (het z.g.
blindstempel) zijn geproduceerd tussen 1853 en 1879.
2. Machinaal vervaardigde "Bols" kruiken met oor zijn geproduceerd tussen 1879
en 1914.
3. Machinaal vervaardigde "Bols" kruiken zonder oor zijn geproduceerd tussen
1918 en heden.
Overigens gebruikte Bols, evenals b.v."E.Kiderlen", "M.Pollen & Zoon"
en "J. van der Valk", in het eerste kwart van de 20e eeuw ook glazen
kruiken met oor voor de verkoop van hun producten.
FLESSEN
Het waren vooral de likeuren, die Bols in de relatief (t.o.v.
stenenkruiken) duurdere flessen verkocht.
Het waren vnl groene cylindervormige exemplaren met een lange hals,
vervaardigd bij de glashut van "Wed.Thyssens & Zoon".
Voor de export van jenever naar vooral Oost- en West-Indië, werden -naast de
stenen kruiken- ook kelderflessen gebruikt.
Ca 1820 bevatten de likeurflessen 0.86lt (waarvan er 45 in een anker gingen)
or 0.43lt (dwz 90 in een anker). De kelderflessen hadden een inhoud van 1.21lt
(= 1 mingel) of 1.82lt (= 12 mingel).
Er is merkwaardigerwijze slechts één soort kelderfles met merkaanduiding van
Bols bekend. Dit heeft vermoedelijk te maken met de bedrijfscultuur, waarin
jenever als een minderwaardig product beschouwd werd. Men zag zijn naam dus
liever niet op een dood ordinaire jeneverfles.
De betreffende fles is voorzien van de behakking "1575 BOLS AMSTERDAM".
Gelet op de grote zeldzaamheid en de bij de productie behorende kenmerken is
het niet onwaarschijnlijk, dat deze fles uitsluitend vervaardigd werd t.g.v.
de viering van het 300-jarig bestaan in 1875.
Terwijl de meeste andere Amsterdamse distilleerderijen glazen demi-johns voor
transport naar winkels en kroegen gebruikten, bleef Bols ook voor dit doel
echter trouw aan het steengoed in diverse afmetingen (van 1 tot 6 stopen. 1
stoop = 22lt)
In 1837 begon de grootste concurrent "Wynandt Fockink" met het gebruik
van driedelige in een z.g Rickett's mould geblazen flessen, waarbij de
firmanaam in de bodem werd aangebracht.
Bols volgde enige jaren later schoorvoetend, maar het gebruik ervan bleef op
een laag pitje staan.
Voor een verzamelaar is het dus veel eenvoudiger een Rickett's moulded "Wynand
Fockink" te vinden dan eentje van "Bols".
In de tweede helft van 19e eeuw werd Nederlandse standaard voor de inhoud van
flessen vervangen door een internationale standaard. Bols veranderde toen de
inhoud van zijn likeurflessen in resp.: 0.85lt en 0.425lt.
De cylindrische flessen voor de duurdere likeuren werden inmiddels van z.g.
zwart glas vervaardigd en voorzien van een cachet (glaszegel) met de tekst "ERVEN
LUCAS BOLS AMSTERDAM" rondom "t LOOTSJE".
De etiketten zijn voorzien van het (fantasie) hoofd van oervader Lucas Bols.
De kurk werd in diep rode lak gezegeld.
De doodgewone likeuren werden verpakt in simpele cylindervormige flessen van
groen glas (zonder cachet).
Het kleine etiketje is alleen voorzien van de naam en het nummer van de
betreffende likeur.
In het begin van de 20e eeuw veranderde de internationale standaard opnieuw en
ging ook Bols over op de inhoudsmaten: 2lt, 1lt and 12lt voor kruiken en
kelderflessen en 0.75lt and 0.375lt voor de likeurflessen. Het cachet
verdween.
Naast bovengenoemde flessen gebruikte Bols nog enige andere flestypen:
De z.g.
Zara, met pitriet omwikkelde slanke fles voor de verpakking van
maraschino likeur (marasquin). Het woord "Zara" stamt van de gelijknamige
hoofdstad van Dalmatië, alwaar de beroemde griottes kersen groeien, waar de
marasquin van bereid werd. In de 2e helft van de 19e eeuw voorzien van een
cachet "ERVEN LUCAS BOLS HET LOOTSJE" en uitgegeven in de maten 0,60 en
0,30lt. In de 20e eeuw verdwijnt het cachet en worden in inhoudsmaten 0,75lt,
0,50lt en 0,25lt gebruikt.
De z.g Greepfles, geïnspireerd op de Duitse Kuttrolf of Gutrolf, een fles
met ingezogen kanalen gebruikt voor de betere likeuren. In de 2e helft van de
19e eeuw voorzien van een cachet "ERVEN LUCAS BOLS HET LOOTSJE", met een
groene of zwarte glaskleur en in de maten 0,85 en 0,425lt.
In de 20e eeuw verdwijnt het cachet en is de glaskleur nog uitsluitend groen, de
inhoudsmaten zijn 0,75 en 0,375lt.
Daarnaast werd in de 20e eeuw nog een luxe kristallen uitvoering van de
greepfles uitgegeven met een tekening van " 't Lootsje" erin geëtst en op de
kristallen stopper het woord "BOLS".
In 1954 werd een gestyleerde vorm van de greepfles gebruikt voor het product
jonge jenever de "Claeryn".
Het z.g. Achtkantje werd in de 2e helft 19e eeuw gebruikt met het cachet "Erven
Lucas Bols Het Lootsje". Vervaardigd uit blank glas, met een inhoud van
resp. 0.85lt en 0.425lt en gebruikt voor "Curaçao White Dry Extra".
In de 20e eeuw verdwijnt ook hier het cachet; de maten variëren dan van 0.125lt
tot 1lt.
De z.g. Kattekop werd in de 2e helft 19e eeuw gebruikt met cachet "Erven
Lucas Bols Het Lootsje". Vervaardigd uit donkergroen glas, met een inhoud
van resp. 0.85lt en 0.425lt en gebruikt voor "Curaçao Brown Dry "
In de 20e eeuw verdwijnt ook hier het cachet en wordt deze verpakking ook voor
whiskey gebruikt
Literatuur:
"De lange levens van zeven Nederlandse bedrijven" door Wim Wennekes. 1990.
"De branderijen in Holland tot het begin der negentiende eeuw"
door P.J. Dobbelaar. 1930
Diverse bijdragen aan het kwartaalblad van "De Oude Flesch" aan de hand van
Lodewijk van Sint Maartensdijk, oud-archivaris van Bols, in de periode
1979-1995.
Niets uit deze publicatie mag
worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,
microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze ook en evenmin in
een retrieval system worden opgeslagen zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming van de auteur.
* houd de muiswijzer even op de
afbeelding: de verklarende tekst verschijnt
* klik op een afbeelding voor een vergrote
versie